Skip links

Inhoud

Aantal keer gelezen552

Jongeren bereiken in een nieuwe samenleving

Jongeren bereiken in een nieuwe samenleving Volgens Harmen van Wijnen, directeur van jeugdwerkorganisatie JOP, heeft de verandering van onze cultuur in een netwerksamenleving impact op de relatie tussen kerk en jongere.

Bijna zes jaar geleden maakte Harmen van Wijnen de overstap van de top van het bedrijfsleven naar het kerkelijk jongerenwerk. Hij is zowel directeur van de HGJB als van JOP (Jeugdorganisatie Protestantse Kerk). Nu de financiële wereld zo onder druk staat, was juist zijn oude werkgebied ook heel interessant geweest. Na een etentje onlangs met twee ex-collega’s lag hij dan ook wel even wakker. “Het knaagt af en toe. Het is mijn oude professie en het interesseert en boeit me nog. Aan de andere kant ervaar ik dat ik hier op mijn plek ben gezet. Ik kan hier met mijn gave en drive heel veel betekenen.” Hij piekert er niet over om ooit terug te keren naar het bedrijfsleven. “Vorig jaar april ben ik bevestigd tot predikant. Dat is echt een kantelmoment geweest. Daarvoor ben ik nog steeds lid gebleven van mijn oude beroepsgroep. Ik kon het niet loslaten. Maar de week voordat ik bevestigd werd als predikant heb ik me laten uitschrijven. Dat zag ik als een point of no return.”

Deïnstitutionalisering

Net als veel anderen is Van Wijnen somber over jongeren en de kerk, maar over jongeren en geloof is hij juist helemaal niet negatief. “Als het gaat om jongeren en kerk zoals we de kerk nu kennen dan ben ik somber. Het lidmaatschap van jongeren is verschrikkelijk laag. Maar ik denk dat mensen vaak de fout maken kerkverlating gelijk te zetten aan secularisatie. We zien een deïnstitutionalisering, maar dat wil nog niet zeggen een secularisatie. Jongeren willen niet meer zo strikt gebonden zijn aan traditionele vormen van kerk-zijn. Die ontwikkeling past in de verandering van de samenleving in een netwerkmaatschappij. We zijn niet meer gebonden aan een zuil, een instituut of wat dan ook. Twee jaar geleden promoveerde Maarten Prins in Nijmegen op de verschillende subculturen van jongeren en hun religieuze beleving. Een van zijn conclusies was dat tachtig procent van de jongeren in Nederland bidt. Dat vond ik heel bijzonder. Zingevingvragen zijn heel actueel voor jongeren en daar willen ze ook wat mee. Alleen de manier waarop de kerk antwoorden aanbiedt, in een wat traditioneel, dogmatisch taalveld, past niet meer bij hen. De vraag is: hoe dan wel? Dat is de grote uitdaging waar we met elkaar voor staan.”

Enclaves

Zelf heeft hij duidelijke ideeën over het bereiken van deze jongeren. “We moeten met ze in contact komen door naar ze toe te gaan. Ik denk dat we te lang gedacht hebben: wij zijn de kerk, kom naar ons toe. Dat is nog steeds waardevol, maar daarmee bereik je niet die tachtig procent die openstaat om te bidden. Ik geloof in het tweesporenbeleid: versterken van bestaande structuren en actief deelnemen aan de netwerksamenleving. Je kunt bijvoorbeeld iets organiseren op plekken waar jongeren al samenkomen. En dan niet gelijk onder het mom van dit is iets van de kerk, maar bijvoorbeeld iets cultureels, sportiefs of muzikaals. Het gaat erom dat je participeert in een dergelijk netwerk. Daar kun je, als het moment er is, praten over zingeving, geloof en religie.”

Een heel natuurlijke manier, noemt hij het zelf. “Ieder mens leeft toch in de samenleving? We zitten toch niet in kleine enclaves met muren om ons heen? Mijn dochter zit op hockey, mijn zoon gaat naar de sportschool en ik zit zelf in allerlei maatschappelijke verbanden. Het moet vanzelfsprekend zijn dat je daar ook vertelt over wie je bent. Laat zien dat geloven en christenzijn niet enkel iets zijn van het domein van de kerk.” Als voorbeeld hiervan noemt hij opvoedingscursussen als Family Factory. “Je sluit aan bij maatschappelijke thema’s en neemt een stuk verantwoordelijkheid in het meebouwen aan de samenleving.”

Volgens de directeur is er een omslag in ons denken nodig. “Vooral bij kerkelijke jongerenorganisaties die heel erg gericht waren en zijn op het ontwikkelen van materialen en activiteiten. Daar kom je in de samenleving niet meer mee uit de voeten. Eigenlijk hoort de kerk gewoon onderdeel te zijn van de cultuur. We moeten beseffen dat geloven, zingeving en religie gewoon gebeurt in gesprekken in huisgezinnen op verjaardagen.”

Blog

Blijft de vraag of het dan niet te oppervlakkig blijft, met een culturele activiteit hier en een opvoedcursus daar? “Je hoopt dat je kunt laten zien dat je onderscheidend bezig bent als christen en dat er iets ontstaat als een netwerk van mensen die geïnteresseerd zijn in bijvoorbeeld geloof of zingeving. Er kan bijvoorbeeld spontaan een groep jongeren ontstaan na een ramp of ongeluk. Als je merkt dat er behoefte aan is, kun je bijvoorbeeld zeggen: laten we drie keer bij elkaar komen om verder te praten over het thema van de ramp en wat dood te maken heeft met het leven. Wie weet komt er uit die groep jongeren dan wel iemand die zegt: ik zou er wel meer over willen weten. Dan kun je ze doorverwijzen naar een kerk die bijvoorbeeld een Youth Alpha-cursus aanbiedt. Hiervoor is nodig dat onze eigen jongeren het normaal vinden om over hun geloof te praten en de competentie hebben om dingen te duiden.” In zijn eigen leven werkt het ook zo. “Mijn huisvrienden reageren op mijn blog, omdat het ze bezig houdt. Ik sms ze om er bijvoorbeeld komende vrijdag over door te praten.”

Professionele jeugdwerkers

Het veranderingsproces kan volgens hem versneld worden door te investeren in professionele jongerenwerkers. “Zij kunnen deze visie in hun kerkelijke gemeente uitwerken met een kring van gemotiveerde vrijwilligers om zich heen. Toen ik hier bijna zes jaar geleden begon hadden gemeentes zelf jongerenwerkers in dienst. Volgens mij moeten we het anders doen, heb ik toen gezegd. Wij nemen ze in dienst en zenden ze uit en wij bieden ze de ondersteuning, visie, coaching. Dat is ontzettend snel gegaan. Bij de HGJB werken er nu ongeveer twaalf bij Jop al een kleine veertig. Met hen hebben we een enorm netwerk in handen, om die visie te laten gebeuren.”

Binnen de Protestantse Kerk valt de visie van Van Wijnen over het algemeen goed. “Je hebt ook altijd een deel dat het niet snapt. Mijn taak is om voortdurend in gesprek te zijn en te laten zien wat de situatie is. Soms is het ook lastig. Je zult maar in een dorp wonen waarin het ogenschijnlijk goed gaat. Die mensen zien dit niet. Dan moet je het uitleggen. Waarom sturen we wel zendelingen naar Afrika en laten we ze de plaatselijke taal leren? We doen hier niets anders. Op basis van dezelfde uitgangspunten en grammatica spreken we de taal van jongeren en toevallig gebruiken we daarin nu de netwerken omdat we in een postmoderne netwerksamenleving leven.”

Een dag in de week werkt hij aan een onderbouwing van zijn visie door onderzoek te doen. “Onder mijn visie zit nog niet heel veel wetenschappelijke doordenking. Een dag in de week wijd ik me aan praktisch theologisch onderzoek, dat zich richt op kleine groepen. Wat is het effect van kleine groepen op de geloofsbeleving van adolescenten? Ik loop mee met jongeren die in groepen samenkomen en kijk wat er gebeurt. Hoe vindt het geloofsgesprek hier plaats en wat kunnen we daarvan leren?”

Gereformeerde wortels

Naast het actiever en uitgesprokener deelnemen aan de maatschappij vindt de directeur, zoals gezegd, ook het verstevigen van de kerk belangrijk. In Kontekstueel zei hij vorig jaar bang te zijn dat jongeren uit kerken van gereformeerd belijden massaal hun gereformeerde wortels kwijtraken. “Waar ik me enorme zorgen om maak is dat dat gereformeerd belijden een systeempje is geworden, een dogma. Iets waar heel veel jongeren helemaal niets meer van begrijpen. Ik zie daarop twee reacties. Of ze haken af; de kerkverlating onder kerkgenootschappen waar traditioneel veel jongeren aanwezig zijn,  is heel groot. Of ze vertrekken naar een evangelische gemeente. Ze vinden wel antwoorden in andere groepen buiten hun eigen kerkgenootschap. Het gaat me meer om de analyse daarvoor dan dat ik tegen evangelicalisering ben. Ik vind het jammer dat de gereformeerde traditie voor jongeren zijn elan, charme en rijkdom is kwijtgeraakt. Ze associëren het met saai, dor, psalmen zingen en lange preken, terwijl ze de werkelijke inhoud niet zien.

De plaatselijke gemeente heeft een eigen heldere identiteit nodig met voeding en diepgang en een stuk theologie daaronder. Want met een stevige identiteit kun je ook in de samenleving veel makkelijker staande blijven en dingen duiden en zien. Ik ben zo bang dat er anders een stuk vluchtigheid in zit. De gereformeerde theologie kun je als een grammatica zien, die richting geeft. Wat ik de gereformeerden in mijn eigen huis nog weleens verwijt is dat ze zich daarbij nog steeds houden aan de oude woorden van driehonderd jaar geleden. Ik zeg: Gebruik de grammatica, maar wel in nieuwe taal.”

Suzanna Blackmore

Overgenomen uit idea 6-2009, vakblad voor gemeenteopbouw van de Evangelische Alliantie, www.ea.nl

Kernwoorden: Jeugdwerk, jongeren, netwerksamenleving, evangelisatie

«Terug


Steun het werk van de EA