Succesvol jongerenwerk
maandag 19 december 2011 15:47 Een paar jaar geleden nam ik deel aan een conferentie over jongerenwerk. "Hoeveel jongeren zitten er in jouw kerk?" was een veelgehoorde vraag.Ik begon me af te vragen of het echt zo belangrijk was dit te weten. Op een gegeven moment antwoordde ik alleen nog met ‘een leuk aantal’ of ‘een groep’.
Maar daar namen ze geen genoegen mee. Elke keer vroegen ze door naar het exacte aantal. Ik voelde dat er binnen de groep een soort competitiegevoel was boven komen drijven. Ik vroeg me af wat God ervan zou vinden hoe al deze jongerenwerkers hun jongerenwerk met elkaar vergeleken. Jongerenwerkers met een kleine groep jongeren verontschuldigden zich hier zelfs over. Zij met een grote groep, zorgden er maar al te gretig voor dat iedereen dit zeker een keer te horen kreeg.
Spoor bijster
Ik vroeg me af of we niet te veel bezig waren met ons werk als succesvol te beschrijven. Want wat zeggen het aantal schapen dat we onder onze hoede hebben? Misschien zijn de groepen wel groot, maar zijn ze ook effectief in het bereiken van niet-christelijke jongeren en opbouwen van jongeren in hun levenswandel met Jezus? Wanneer het alleen nog maar om aantallen gaat, zijn we het spoor volledig bijster.
Valse meetpunten
In dit artikel noem ik vier valse meetpunten die worden gebruikt om het 'succes' van jongerenwerk te meten.
1. Grote aantallen
In mijn eerste jaren als jongerenwerker waren aantallen alles voor mij. Ik telde iedereen die ons gebouw binnenkwam en gaf de aantallen keurig door aan mijn predikant. Wanneer we een keer een lager aantal bezoekers hadden, raakte ik ontmoedigd en terneergeslagen. En wanneer ons gebouw te klein was om iedereen fatsoenlijk plaats te kunnen bieden, was ik opgewonden en niet meer te stoppen. Ik ging ongelooflijk ver om jongeren aan te moedigen om vrienden mee te nemen naar het volgende evenement. Toen we het aantal van honderd jongeren passeerden, had ik het gevoel dat ik een hoger niveau binnen mijn werk had bereikt. Maar toen begonnen de jongeren op hun zestiende de kerk te verlaten. Ik vroeg me af wat ik fout deed. Grote aantallen jongeren zonder een standvastig geloof kon ik niet langer zien als succes.
2. Volle agenda's en grote budgetten
Voordat we kinderen kregen, hadden mijn vrouw en ik alle tijd van de wereld voor de jongeren uit onze kerk. Zij waren onze familie. Met hen spendeerden we zo veel mogelijk tijd. De kalender stond vol met evenementen, bijeenkomsten, kleine groepen, aanbiddingsavonden, reisjes, et cetera. Ik herinner me dat een groep ouders een gesprek met me wilden. Ik verwachtte een hoop bemoedigingen en schouderklopjes. Daarentegen kreeg ik het vriendelijke verzoek genade met hen te hebben. Ze klaagden dat hun kinderen nooit thuis waren, dat ze er moe van werden telkens naar de kerk heen en weer te rijden om hun kroost af te zetten en weer op te halen. Ook voelden ze zich slecht wanneer ze hun kinderen moesten zeggen dat ze niet konden meedoen aan een activiteit van de kerk. Ik was met stomheid geslagen! Ik was er namelijk zeker van dat succesvol jongerenwerk iets te maken had met het organiseren van talloze activiteiten. Mijn jongerengroep raakte in een cirkel van meer jongeren, meer evenementen, meer geld. Bij elke groei voelde ik mezelf belangrijker worden. En toch… Iets in mij zei me dat succes niet kon afhangen van doelloze activiteiten.
3. Schouderklopjes
Toen mijn kleine jeugdgroep uitgroeide in een leger van jongeren, die zogenaamd het vaandel voor Christus omhoog hielden, werd ik bedolven met complimenten vanuit mijn kerk. De voorganger was tevreden, de meeste ouders waren blij en de kerkenraad dacht dat die knul die ze hadden ingehuurd om voor de jongeren te zorgen goed werk leverde. Als ik er niet was geweest… De jongeren kwamen in opstand zodra er geruchten gingen dat ik zou gaan werken voor een andere kerk. De Heer zegende ons jongerenwerk. Ik kon mezelf wel voortdurend op de borst slaan. Maar door al dat applaus heen, vroeg iets in mij zich af of al dit succes wel werkelijk succes was.
4. Bekeringen
Groeiend jongerenwerk, een drukke kalender en schouderklopjes zijn niet voldoende voor echt succes. Voor al deze inspanningen (en kosten) wordt toch verwacht dat er zich regelmatig jongeren bekeren, in het openbaar getuigen van hun geloof en worden gedoopt tijdens de zondagse kerkdienst. De druk bij sommige jongerenwerkers om met 'bewijsbekeerlingen' te komen, is soms erg groot. Zelf heb ik teveel jongeren een te zware druk opgelegd een keuze voor Christus te maken, terwijl ik wist dat ze nog veel te veel twijfels hadden. Mijn motivatie was om het aantal bekeerlingen zo hoog mogelijk te krijgen, zodat ik mijn leidinggevenden iets had om te laten zien. Toch vroeg ik me elke keer weer af of ik ook succesvol zou zijn wanneer niemand zijn leven aan Jezus zou geven.
Bijbelse visie
Er is het een en ander binnen mijn jongerenwerk veranderd. Ikzelf werd ouder en de jongeren met wie ik in het begin werkte, zijn volwassen geworden. Spijtig genoeg, zijn veel van hen niet meer betrokken bij een kerk en leven ze niet meer in het geloof. Ik kon niet begrijpen hoe zo'n succesvol jongerenwerk als de mijne, niet jongeren voortbracht die van God hielden en Hem hun leven lang wilden dienen. Toen kwam de gedachte bij me op dat ik misschien minder succesvol was dan ik dacht. Misschien was mijn jongerenwerk gebouwd op de succesformule van de wereld en niet die van God. Ik begon me af te vragen hoe God succes zou definiëren. God dwong mij er toe een gemakkelijke vraag te stellen: Wat is het doel van mijn jongerenwerk? Na veel gebed en reflectie, antwoordde ik dat het uiteindelijk was om mezelf belangrijker te kunnen voelen. Het moment dat deze gedachte bij me opkwam, schaamde ik me kapot. Ik had een oprechte liefde voor jongeren en ik wilde hen echt zien groeien in hun geloof, maar mijn verlangen om geliefd en geaccepteerd te zijn was groter. Ik biechtte dit op aan God en vroeg Hem zijn wegen te laten zien.
Gods leiderschap
God leerde me dat zijn plan met het jongerenwerk was dat zijn mensen Hem zouden leren liefhebben en Hem een leven lang zouden dienen. Terugkijkend op wat ik allemaal had gedaan, besefte ik dat dit beeld nog nooit zo duidelijk was geweest. We wilden altijd al dat jongeren God leerden kennen, maar we stonden er nooit bij stil dat het doel was dat ze Hem hun leven lang zouden volgen en dienen. Mijn perspectief op jongerenwerk begon te veranderen. Ik stopte met het tellen van iedere jongere, ik stopte met overbodige evenementen, ik vermeed het hallelujageroep over mijn werk en ik veranderde mijn manier van evangeliseren. Ik bad om Gods leiderschap in het herstructuren van mijn jongerenwerk, las nieuwe boeken over jongerenwerk en zocht contact met jongerenwerkers met dezelfde visie. Het resultaat: na een paar jaar heeft het jongerenwerk een paar jongeren voortgebracht die van God zijn gaan houden en Hem hun leven lang willen dienen.
Elke keer wanneer ik lunch met een student die me vertelt over de nieuwe kerk waar hij lid is geworden en hoe hij zijn gaven in Gods Koninkrijk inzet, ben ik ervan overtuigd dat het jongerenwerk succesvol is. Ik zie God glimlachen en ik word bemoedigd door zijn goedkeuring. Ik rijd terug naar de kerk, opgewonden over het vooruitzicht dat ik de jongeren die God me heeft toevertrouwt weer verder kan helpen in hun levenswandel met Hem. Het voelt goed om 'succesvol' te zijn. Mijn trots is verdwenen.
Mark D. Wiliams
Kernwoorden: Jongerenwerk, tienerwerk, jongeren, tieners, clubs, geloofsontwikkeling, geloofsopvoeding
Archief > 2012 > mei
- 08-05-12 13:24 - Zo geven gemeenteleden meer en makkelijker
- 08-05-12 13:20 - Leren budgetteren op zondagochtend
- 08-05-12 11:28 - Gemeentefinanciën in Vraag & Antwoord
- 08-05-12 11:26 - Fairtrade kerken
- 08-05-12 11:10 - De dienstbare leider
- 08-05-12 10:54 - De bouwput van Crossroads Rotterdam [1]
- 08-05-12 10:23 - Boekbespreking: Allah. A Christian Response