Peuters verdienen een eigen plek
donderdag 22 december 2011 16:20 De kerk heeft peuters meer te bieden dan anderhalf uur lang rondcrossen op een fietsje. Dit vindt Nel Hoevers. Ze ontwikkelde zeven jaar geleden het eerste peuterprogramma voor kerken in Nederland.Pas met speciale programma's voor kinderen beginnen als ze een jaar of vier zijn, slaat nergens op vindt Nel Hoevers. Ze is eindverantwoordelijke peuterdiensten in de evangelische baptistengemeente te Tilburg en teamleidster van een peuterspeelzaal. "Van jongs af aan horen kinderen erbij. In de Bijbel staat dat we ze bij ons geloof moeten betrekken. Ze zijn mee op weg. Met twee- en driejarigen valt zeker iets te doen, maar natuurlijk wel op hun niveau. In de maatschappij hebben ze via de kinderdagverblijven en peuterspeelzalen ook een eigen plek. Waarom erkennen we dat als kerk niet?”
Fijne plek
"In de eerste plaats gaat het er om dat de peuter het fijn vindt om in de kerk te zijn. Dat hij de kerk gaat zien als een plek waar het goed is en daardoor ook gaat zien dat het goed en fijn is om bij God te zijn. Het tweede doel is om kinderen mee te helpen in het ontdekken wie God is. Dat klinkt groots, maar al ontdekken ze maar een klein stukje, bijvoorbeeld dat het bij God goed is, dan is dat heel waardevol. Een nevendoel is dat de ouders met een gerust hart in de kerk kunnen zitten. Ze moeten de hele week al voor de kinderen zorgen. Het is prettig als iemand anders eens voor je kinderen zorgt.”
Niet makkelijk
Een peuterprogramma moet je op het niveau van de kinderen brengen, zegt Hoevers. “En daar struikelen mensen al heel snel. Je moet goed kunnen nagaan wat ze snappen en wat niet." Het lezen van een opvoedingsboek of een pedagogisch naslagwerk raadt ze dan ook van harte aan. "De hoofdmoot van wat je moet weten van de peuter is dat hij gericht is op zelf ervaren en beleven, een korte concentratie heeft en heel egocentrisch is. Een programma dient daarom heel eenvoudig te zijn, vaak dingen te herhalen, een vaste structuur te hebben en gericht te zijn op het zelf beleven."
"Pas daarbij op dat je van peuters geen kleuters maakt. Samen spelen kost peuters bijvoorbeeld nog heel veel energie. Ze kunnen wel in de kring zitten, maar denken dan niet als kleuters: dit doen we samen. In spelletjes of een verwerking moet je niet veel samenwerking verwachten. Bij peuters is het meer naast elkaar spelen dan met elkaar. Maar dat naast elkaar vinden ze wel heel gezellig.
Een peuter kan ook nog niet veel tegelijk, zoals kleuters. Ze kunnen nog niet een liedje zingen met bewegingen terwijl ze ook een muziekinstrumentje vasthouden. Ze vinden dat wel heel leuk, maar kijk dan niet vreemd op als je als leiding alleen zit te zingen.”
Bijbelverhalen
"Hetzelfde geldt voor een bijbelverhaal. Laat je doel bijvoorbeeld niet zijn dat ze weten wie Abraham is. Dat is veel te hoog gegrepen. Wij vertellen drie of vier keer hetzelfde verhaal. Over de schepping hebben we wel tien keer gedaan. Als de kinderen dan bij mama achterop de fiets zitten en de bloemetjes en wolken zien gaan ze aanvoelen dat God dat gemaakt heeft. Ze kunnen dat nooit verwoorden als: nu snap ik dat God het gemaakt heeft. Maar ze kunnen wel aanvoelen dat God er is ook al zie je Hem niet. Het geeft herkenning in hun dagelijks leventje."
Visueel materiaal
Ga bij het vertellen van de bijbelverhalen op zoek naar aanknopingspunten uit de belevingswereld van de peuter, raadt de leidster aan. “Het is belangrijk om verhalen te kiezen die dichtbij ze staan. Ga zelf stapjes naar beneden en vraag steeds weer: wat is logisch voor ze, wat snappen ze nu?
Met kerstfeest had ik bijvoorbeeld een pyjama meegenomen. 'Wat is dat? Je hebt het aan als je in bed ligt als het nacht is. De herders hadden geen pyjama aan.' Dan ben je er. Dan heb je een aanknopingspunt uit hun leventje."
"Bij een bijbelverhaal hoort standaard visueel materiaal. De kinderen moeten iets kunnen vastpakken of bekijken. Voor het verhaal over de wonderbare spijziging hadden wij bijvoorbeeld visjes van papier en ronde toastjes. We begonnen met een mandje en hadden vervolgens overal in de ruimte visjes en toastjes gelegd. Aan het eind gingen we het samen opruimen. Er was zóveel. De kinderen zagen zelf dat er heel veel over was. Op deze manier maakten we de begrippen ‘veel’ en ‘weinig’ duidelijk. En bij het verhaal van de wonderbare visvangst hadden we een bak water met rubberen visjes en een goudvissennetje. Je moet namelijk eerst uitleggen wat vissen vangen is."
Programma
In de evangelische baptistengemeente in Tilburg komen sommige kinderen aan het begin van de dienst binnen, om tien uur. Anderen gaan eerst met hun ouders de dienst in en komen om half elf binnen. "Als iedereen er is, begint het programma. Daarna is er tijd om te spelen. We zingen altijd een welkomstliedje met een beertje. Dat is een vast ritueel. De kinderen weten dan waar ze aan toe zijn. Het gebedje is een gedichtje dat ook elke week herhaald wordt, zodat de kinderen het gaan kennen.
Verder vormen liedjes zingen en muziek maken een belangrijk onderdeel van het programma omdat er een stuk emotie en gevoel in zit. Het gebruik van hulpmiddelen hierbij geeft een grotere betrokkenheid, bijvoorbeeld vingerpoppetjes en muziekinstrumentjes.
Naar aanleiding van het verhaaltje of thema kun je de kinderen verder iets laten verven of plakken. Ook hierbij geldt: Maak het alsjeblieft niet te moeilijk. Voor peuters is het heerlijk dat ze gewoon lekker bezig kunnen zijn. Het eindresultaat vinden ze niet zo belangrijk."
Baby's
Tot slot bespreken we nog een aantal lastige situaties die je in gemeenten tegenkomt. In sommige kerken en gemeenten is de groep van nul- tot vierjarigen bijvoorbeeld zo klein dat baby's en peuters een ruimte delen. "Daar is geen pasklaar antwoord op. Als er veel baby's zijn en er zijn te weinig handen en te weinig schoten dan is het moeilijk. Als er genoeg handen zijn, kan het iets heel leuks hebben. Het is wel veel intensiever. Soms is het lastig als er baby's bij zijn die je niet stil krijgt, die slokken dan ook de aandacht van de peuters op."
Leiding
Het vinden van voldoende leidsters en leiders is een andere uitdaging. Hoevers: "Ik droom nog steeds dat er een groep komt die één keer in de drie weken wil draaien. Dat heb ik in onze gemeente nog nooit voor elkaar gekregen. Eén keer in de vijf of zes weken vind ik eigenlijk veel te weinig voor de peuters. Voor kinderen is het belangrijk dat ze vertrouwde gezichten zien. Bij het probleem van huilen en moeilijk afscheid nemen, vraag ik me af of dat het probleem van de peuter is of van de organisatie. Ook komen lang niet alle kinderen elke week. Dan wennen ze slecht. Hoe kleiner de kinderen, hoe vaker dezelfde leiding er zou moeten zijn."
Onderdelen peuterprogramma
• Welkomstliedje
De peuter weet: nu gaan we beginnen!
• Bijbelverhaal
Denk aan visueel materiaal, aansluiting bij de leefwereld, eenvoud en herhaling
• Liedjes en muziek
Uitingsvorm van gevoel, laten aansluiten bij verhaal, hulpmiddelen geven een grotere betrokkenheid (bijv. vingerpoppetjes, muziekinstrumentjes)
• Gebedje
Gebruik bijvoorbeeld elke week hetzelfde gedichtje, zodat de kinderen het gaan kennen.
• Knutselen/spelletje
Het eindresultaat is niet belangrijk, wel het plezierig bezig zijn, bij spel heeft een peuter nog veel individuele aandacht nodig.
• Spelen
• Drinken/koekje
Zorg dat deze onderdelen niet los komen te staan en maak een vaste indeling. Voor peuters is het belangrijk dat ze het verloop van de morgen kennen. Dat geeft ze houvast en herkenning.
Suzanna Blackmore
Overgenomen uit idea, vakblad voor missionaire gemeenteopbouw van de Evangelische Alliantie.
Kernwoorden: Peuter, kinderen, kinderwerk, crèche, zondagschool, geloofsontwikkeling, geloofsopvoeding
Archief > 2012 > februari
- 21-02-12 13:35 - Contrasterende perspectieven
- 16-02-12 16:16 - Hoe ontwikkel ik visie?
- 16-02-12 15:36 - Werving van vrijwilligers
- 16-02-12 15:17 - Het belang van veerkracht
- 16-02-12 14:52 - Coaching in de kerk
- 16-02-12 14:14 - Wetenschap en geloof: conflict of connectie?
- 01-02-12 13:40 - Geven omdat het moet?